woensdag 13 juli 2011

Twitterverbod

Gisteren kreeg het Oldenzaalse raadslid Yuri Ankoné door de burgermeester een verbod opgelegd om tijdens de raadsvergaderingen te twitteren, nadat een VVD raadslid hierom had verzocht. Dat is natuurlijk een vreemde zaak.

Twitter is weinig meer dan een middel voor (massa)communicatie, meestal met vrienden of de achterban. Soms met enkele 'luisteraars', soms ook met enkele honderden of duizenden. Zo volgen ruim 100.000 mensen de twitters die journalist Frits Wester tijdens de vergaderingen van de Tweede Kamer verstuurt en maken ook lokale journalisten dankbaar gebruik van hetzelfde medium tijdens de vergaderingen van lokale raden. En daarin ligt gelijk de eerste vraag; als journalisten wel mogen twitteren, waarom mogen raadslieden het dan niet? Dat is een vreemde ongelijkheid.

Twitters is ook weinig meer dan de vele honderden vormen van massa communicatie die Internet tegenwoordig vormt. Yuri Ankoné heeft een grote schare fans verzameld rond zijn Twitter-account, maar dat had natuurlijk net zo goed gekund rond een Hyves-, LinkedIn-, of Facebookaccount. En de moderne techniek kent natuurlijk veel meer mogelijkheden; was het niet KPN dat recent nog door domheid heeft meegewerkt aan de popularisering van WhatsApp? De vraag die dan opdoemt is natuurlijk; wat doet de burgermeester van Oldenzaal als een ander raadslid Facebook gaat gebruiken tijdens de raadsvergadering, gaat hij dan ook Facebook verbieden?

Volgens de berichten op Twitter baseerde het raadslid zich op een verbod tot gebruik van mobiele telefoons tijdens de vergadering. Daar heeft de man natuurlijk een punt; telefoneren tijdens het raadsoverleg verstoort de vergaderorde natuurlijk enorm. Dit verbod is begrijpelijk. De vraag is alleen; moet dit dan ook gelden voor stil gebruik van de mobiel, zoals sms-en? Ik kan me namelijk niet voorstellen dat er in de Oldenzaalse raad nooit eens een raadslid een sms verstuurd of ontvangt. En wat dan met al die andere elektronische middelen; met een laptop of iPad kun je net zo goed Twitteren zonder het verbod op gebruik van de mobiele telefoon te schenden.

Uiteindelijk zijn al deze middelen weinig meer dan de elektronische vervanging van het aloude briefje dat door een assistent wordt doorgegeven aan een raadslid, alleen nu iets laagdrempeliger. En naar die laagdrempeligheid is de politiek steeds op zoek.

Met een wantrouwige bril op zou je zelfs kunnen stellen dat het VVD raadslid een wig probeert de drijven tussen het raadslid en zijn achterban. Het is bekend dat Yuri Ankoné veel van zijn politiek succes heeft te danken aan het gebruik van social media op Internet. Met dit in gedachten mag de burgermeester zich wel eens heel erg achter de oren krabben; het twitterverbod kan dus leiden tot een ontwrichting van het level playingfield waarin politici opereren. En dus tot een destabilisering van het democratisch systeem. Ik ga er overigens maar even vanuit dat de Oldenzaalse raadsleden dat laatste niet voor ogen hadden toen Yuri Ankoné het elektronische zwijgen werd oplegd.

Al met al kun je maar tot één conclusie komen. Twitter is slecht een manier van communiceren met de achterban buiten de raadszaal, net zoals alle andere middelen die iedereen tot dienst staan. Als vrije communicatie met de achterban tijdens de raadsvergadering is geoorloofd, dan hoort Twitter daar ook toe. En als die vrije communicatie niet of slechts na afloop van de vergadering gewenst is, dan moet de raad dàt aangeven. Dan weten alle raadsleden en journalisten waar ze aan toe zijn.

Twitter, Facebook en andere Internet gadgets zijn onze wereld ingeslopen en zullen niet meer verdwijnen. Hooguit als ze worden vervangen door iets nog snellers. De geschiedenis leert dat dit soort innovaties altijd winnen, net zoals de telefoon dat 50 jaar geleden ook deed. Wellicht is het verstandig dat de raadsleden deze zomermaanden eens gaan nadenken over de rol van (massa)communicatie in het politiek debat en de wijze waarop politici daarin zelf vrij zijn om hun kanalen met de achterban te kiezen. Of vragen aan de buren in Enschede hoe Twitter daar deel ging uitmaken van (deel)raadsvergaderingen.

donderdag 21 april 2011

Economische tegenwind

Zo nu en dan is het even nodig dat onze economie wat afkoelt, even wat stoom afblaast, even wat luchtbellen laat leeglopen. Nu we net aan het bijkomen zijn van de economische dip van 2008/2009 is het aardig om eens te kijken naar trends in deze tegenwind. Ofwel, kunnen we leren van het verleden. Aan de hand van de twee voorgaande dips is het aardig om eens te kijken welke lessen we voor toekomst kunnen leren.

Dot.com crisis
Door de liberalisering en de technology push leken in de jaren '90 de ICT-bomen tot in de hemel te groeien. Klanten besteedden steeds meer van hun inkomen aan ICT en investeerders wilden die boot niet missen. Er werden waanzinnige bedragen neergelegd voor startups en projecten. Natuurlijk zijn we WorldOnline en de giga investering van KPN in UMTS en buitenlandse partners niet vergeten. Iedereen was blij tot de kater kwam, prognoses bleken schromelijk overdreven, investering konden niet terug verdiend worden en de val was daar. De luchtbel liep leeg. Wat restte was een zeer competatieve bedrijfstak die daarna behoorlijk op de kleintjes moest letten; zowel in de aanbiedingen naar de klant als in de interne kostenbeheersing.

Kredietcrisis
Eén economische golf later was het weer raak; nu bleken de financials veel te veel lucht in de balans te hebben zitten. Hoge verwachtingen (double digit winstgroei), ondoorzichtige producten en onvoldoende risicomanagement deze dit keer een sector de das om. We kennen de gevolgen inmiddels; Lehman ging onderuit en andere financials konden slechts mee grote hoeveelheden staatssteun overeind gehouden worden. En nog steeds zijn we aan het bijkomen van deze val; de steun aan ING en Aegon levert onze staatskas winst op, maar de kans dat de staat moet bijpassen in het ABN AMRO bezit is erg groot. En hoe het met de Icesave gelden gaat moeten we ook nog even afwachten. Wel is duidelijk dat de ongebreidelde groei van banken ten einde is; klanten worden selectiever en kritischer en de marges zullen de komende jaren steeds meer onder druk staan. Interne kostenbeheersing zal de komende jaren ook bij banken en verzekeraars een rode draad gaan vormen.

Voortuit kijken
Veel economen geven aan dat er ongeveer om de 7 jaren een economische correctie komt. Na de dot-com val van 2001 en de kredietcrisis van 2008 is het dus aannemelijk dat we rond 2015 weer een dipje zullen krijgen. Op zich is dat niet erg.
Wel is het interessant om eens te kijken welke markten dan kandidaat zijn om geraakt te worden, wat markten zijn waar je rond die tijd beter even niet in kunt zitten. Wat mij betreft is een van die kandidaten op dit moment de energiemarkt, de leveranciers van elektriciteit en gas. De energiemarkt lijkt in een aantal opzichten op de ICT en financiële markten van weleer; liberalisatie, de hoge verwachtingen van vooral beleggers en de soms voor consumenten ondoorzichtige aanbiedingen. Het zijn allemaal ingrediënten die we eerder hebben gezien. Ik hoop alleen dat we, wat betreft de staatssteun, ons lesje geleerd hebben.

maandag 7 maart 2011

Goed en slecht nieuws

Vanochtend las ik weer eens berichten over een parlementariër die zich mengt in de bonussen die banken uitkeren, dit keer van de VVD. En dat laatste verbaast mij des te meer en is eigenlijk slecht nieuws.

Bonussen in bedrijven zijn weinig meer dat middelen die het bedrijf heeft om het gedrag van individuele werknemers te beïnvloeden. Natuurlijk kun je risicovol gedrag stimuleren, maar je kunt met hetzelfde middel ook een lange termijn gedrag uitlokken. Wanneer je een verkoper van hypotheken nu slechts de helft van de bonus geeft en de andere helft pas over 7 jaren wanneer er geen betalingsproblemen, creëer je een regeling die de belangen van alle stakeholders veel meer parallel laat lopen. Op dezelfde wijze kunnen natuurlijk ook bonussen voor topbestuurders duurzamer gemaakt worden. Het rigoureus afschaffen van maakt dit onmogelijk.

Ander nieuws las ik dit weekend in de krant; het ministerie van financiën werkt aan een regeling waarbij schulden, tegoeden en bedrijfsvoering van banken die over het randje dreigen te kiepen onteigend kunnen worden. Aandeelhouders en crediteuren hebben het nakijken, net zoals bij een “gewoon” faillissement. En dat is goed nieuws; het is dan niet langer de belastingbetaler die de aandeelhouders en crediteuren redt van genomen risico’s.

Als we de aandeelhouders het eerste en crediteuren het tweede risico laten nemen zal de druk vanuit die partijen ook groter worden om een financieel gezond lange termijn beleid te laten voeren, dus zonder onaanvaardbare risico’s. Dat heet marktwerking en werkt veel beter dan een overheid die zich bezig houdt met het beloningsbeleid binnen de marktsector.

En dan nog iets. Als we dan een dergelijke regeling opzetten voor de financiële sector, laten we het dan ook gelijk doen voor alle vormen van vitale infrastructuur.

vrijdag 29 oktober 2010

Moet de krant op tabloid of iPad formaat

Alweer een paar maanden geleden hoorde ik op BNR een interview met Pieter Broertjes van de Volkskrant. Een interview waar ik nog vaak aan moet denken als ik onze eigen krant lees.
Broertjes betoogde dat de VK zich heel duidelijk richt op de online media, maar dat de VK toch nog altijd duidelijk een krant is. Daar laatste weerspiegelt zich onder meer in het 24 uurs ritme waarin content wordt opgeleverd en de opmaak van de krant. De opmerkingen van Broertjes deden mij nadenken, onder meer over de reden waarom ik de laatste jaren zo weinig kranten meer lees.

Ooit waren kranten een van de weinige bronnen waarin we konden lezen wat er in de wereld gebeurde. De enige alternatieven, radio en TV, vereisten dat je dat je op het juiste moment thuis was. En dan nog was je voor de achtergrond en diepgang op de krant aangewezen. Bovendien had vrijwel niemand de luxe van meer dan één titel, je verwachtte dus wel dat jouw krant een volledig nieuwsbeeld van de wereld bracht. Inmiddels is er veel veranderd. Internet maakte het nieuws al gratis en tegen de snelheid van Twitter is nauwelijks meer concurreren.

Toch weten de kranten dat ze niet overbodig zijn; diepgang en achtergronden vind je nauwelijks op het Internet. Althans niet gratis. Betaalde redacties bieden redactionele keuzes, context en duiding. Toegevoegde waarde waarvoor we bereid zijn om te betalen. Maar is deze toegevoegde waarde dan nu de reden om nog steeds aan de oude beperkingen, zoals het 24 uurs ritme en de papieren opmaak, vast te houden.

Als moderne nieuwsconsument heb ik tegenwoordig andere eisen. Ten eerste hecht ik geen waarde aan het 24 uurs ritme. Dit ritme is voor mij niet meer dan het voortvloeisel van een technische beperking uit het verleden. Datzelfde geldt ook voor het tweede punt, de papieren opmaak. Het vormt voor mij geen toegevoegde waarde meer. En ten derde heb ik geen behoefte meer aan een krant die volledigheid nastreeft. Voor mij is TCTubantia een prima leverancier van regionaal nieuws, prefereer ik het NRC voor binnen- en buitenlands nieuws en mag het FD voor mij het economisch nieuws leveren. En sport mag, met uitzondering van een headline over de huidige landskampioen, weg blijven. Een mix die ik graag zelf bepaal. En tenslotte wil ik het nieuws graag lezen waar ik ben; niet waar de krantenjongen het mij bezorgt.

Zouden hoofdredacteuren, zoals Pieter Broertjes, dan niet anders kunnen dan vasthouden aan oude vormen om een kwaliteitsproduct te kunnen leveren waarvoor de klant wil betalen? Daar geloof ik niets van, het is ook een kwestie van lef om te durven veranderen. Hoe dan?

Kijk om te beginnen eens naar het interactie model van Geenstijl. Je kunt natuurlijk een eigen mening hebben over de redactionele keuzes die Geenstijl maakt (dat is wellicht meer een kwestie van smaak), de wijze waarop Geenstijl hun lezers betrekt bij met maken van het nieuws is fantastisch. De wijze waarop de reaguurders van Geenstijl in 2009 het watermerk van de PvdA in de uitgelekte begroting wisten te achterhalen, bewijst wat mij betreft de waarde van dit interactie model.

Daarnaast kunnen we een voorbeeld nemen aan NU.NL, de nieuwssite die geen binding heeft met het 24-uurs ritme waar Broertjes nog steeds naar verwijst. Natuurlijk is het makkelijk om te stellen dat NU.NL geen achtergrond en diepgang biedt, maar dat is natuurlijk makkelijk te ondervangen door slecht een samenvatting van het artikel gratis te publiceren. Voor het doorklikken naar het hele artikel moet dan betaald worden. Voor die betaling zijn natuurlijk veel betaalmodellen denkbaar; betalen per artikel, prepaid, een tienrittenkaart of een abonnement op een of meer katernen.

Kan dit dan alleen voor de hoofdartikelen of geldt dit dan ook voor alle andere content die een krant dagelijks te bieden heeft. Volgens mij kan dit best voor alle content. Kijk daarvoor eens naar de websites van de vakbladen. Als ik kijk naar mijn eigen vakblad, Computable, dan is het de uitgever goed gelukt om alle content een goede plaats op de website te geven. Juist door niet te proberen om een 1-op-1 vertaling te maken, maar door gebruik te maken de kracht van interactieve sites zijn er nieuwe vormen gevonden waarop adverteerders hun aanbod onder de aandacht van de lezers kunnen brengen.

En tenslotte zijn er de mobiele platformen zoals de iPad. De Telegraaf bewijst dat er geen redenen meer zijn om vast te houden aan het papieren formaat. Daar hoeven we gelukkig weinig meer aan toe te voegen.

Al met al vind ik dat de uitgevers zich zo langzamerhand moeten afvragen of ze nog een krant uitgeven met online nieuws als spin-off, of dat ze een brede nieuwsuitgever is, waarbij de krant een samenvatting is van datgene wat al eerder via het web is uitgegeven. Voor mij als nieuwsconsument is dat punt namelijk al gepasseerd en mag de krant nu wel transformeren van tabloid naar iPad formaat.

donderdag 30 september 2010

Katja en het loyaliteitsconflict

In de afgelopen maanden heb ik het verhaal rond Katje Leendertz met extra aandacht gevold. Uit zomaar 2 berichtjes op het Internet blijkt de spagaat waarin een meisje van 9 terecht kan komen:

http://www.telegraaf.nl/binnenland/7727080/__Katja_Leendertz__9__naar_Nederland__.html?sn=binnenland

http://www.hartvannederland.nl/nederland/noord-holland/2010/katja-is-eindelijk-weer-terug/

Katja heeft een moeder die wil voorkomen dat een meisje haar vader en zijn familie kan ontmoeten. En een vader die zijn dochter aan het toezicht van moeder onttrekt.

Dit dossier geeft ook aan hoe diep intens verdrietig Katja zich moet voelen. Verscheurt door liefde voor vader en moeder; niet willen kiezen tussen vader en moeder.

Katja's dossier is ook een ultiem voorbeeld van een loyaliteitsconflict; bij vader zeggen dat je niet naar moeder wil en bij moeder zeggen dat je het bij haar veel beter hebt dan bij vader. Lijfsbehoud, bang voor de gevolgen wanneer je niet loyaal bent. Een soort Oost-Duitsland; je hebt een goed leven als je je loyaliteit maar bij de juiste partij legt.

Het verhaal van Katja laat ook zien hoe mijn dochter zich voelt; thuis niet mogen vertellen dat je ook van vader houdt en hem graag een keer wil zien.

Het is te hopen voor Katja dat de Raad voor de Kinderbescherming dit loyaliteitsconflict ook ziet en doortastende maatregelen neemt en beide ouders verregaand dwingt mee te werken een omgang met beide ouders.

Want Katja heeft beide ouders lief!

donderdag 27 mei 2010

Innovatie kampioen 2010; Google of Apple?

Na een aantal jaren van min of meer stilstand, wordt er gelukkig wordt er de laatste jaren weer volop geïnnoveerd in de PC industrie. De afgelopen jaren heeft de oude rot in het vak, Apple, flink van zich laten horen. Het was immers ooit Apple dat met de Apple II begin jaren ’80 al scoorde met de PC avant la lètre. En bovendien was het dezelfde firma die ooit als eerste de commerciële potentie zag van de muis en de window technologie, getuige de Apple Lisa (1983) en Apple Macintosh (1984).

Na een aantal jaren van afwezigheid is Apple sinds ongeveer 2000 bezig met een grote come-back. Een come-back die gebaseerd is op twee kenmerken; gebruikersvriendelijkheid en innovatie. Aan de stijgende populariteit van het merk is te zien dat deze marketing mix werkt.

Maar in de laatste 2 jaren is er een geduchte rivaal bij gekomen op de innovatiemarkt; Google. Deze firma heeft geen lange traditie, maar is in iets meer dan 10 jaren als snelle startup opgeklommen naar de top van de ICT industrie.

Apple heeft gebruikersvriendelijkheid op de computer een nieuwe impuls gegeven met toepassingen als iTunes, iPhoto en de iTunes Store. Apple wist hiermee uitstekend de behoeften van de hedendaagse consument aan te spreken. Maar Apple hield lange tijd nauwelijks rekening met een heel andere ontwikkeling op het Internet; de cloud.

De verplaatsing van programma’s en gegevensopslag van de eigen PC naar de cloud is een ontwikkeling waarop juist Google goed is ingesprongen. En daarmee maakt Google een mega sprong over de leveranciers als Apple heen. Het is niet meer de kwaliteit van de laptop of de lokale applicaties, het is juist de kwaliteit van de applicaties op Internet die het onderscheidende vermogen de komende jaren zal maken. Online foto opslag, zoals in Picassa, zal de rol van iPhoto steeds meer gaan overnemen. En de steeds betere online applicaties op Internet zullen de rol van de App Store voor de iPhone gaan overnemen.

Is Apple daarmee de verliezer op de innovatiemarkt van 2010? Geenszins! Apple heeft als geen ander de beperkingen gezien van de laptop en de bijbehorende lokale applicaties en gegevensopslag. In plaats van vast te houden aan dit oude paradigma heeft Apple opnieuw gekozen voor innovatie; de iPad. Deze hand-held computer lijkt geenszins op de oude laptop, maar geheel voorbereid is op de nieuwe toekomst; applicaties en gegevensopslag in de cloud. Daarmee kon Apple wel eens de belangrijkste leverancier gaan worden van hardware waarop Google web applicaties kunnen gaan draaien.

Dat Apple en Google concurrenten zijn wordt steeds duidelijker; Google beconcurreert Apple’s MacOSX met het eigen Chrome OS en beconcurreert de iPhone met de eigen Android telefoon. Omgekeerd valt Apple Google aan op z’n eigen thuismarkt; online advertising.

Voor ons als ICT gebruikers worden het weer mooie tijden. Niet alleen profiteren we volop van nieuwe en innovatieve applicaties die ons worden geboden; we gaan de komende jaren toch met name volop genieten van het schouwspel dat 2 giganten ons gaan bieden; wie wordt de innovatiekampioen van de komende jaren. Ik ga weer ouderwets genieten!

zaterdag 1 mei 2010

Het nieuwe webwinkelen bij de Hema

Recent hoorde ik van de nieuwe strategie van de Hema. Deze oer-Hollandse winkelketen wil afstappen van de grote winkels en zich meer gaan concentreren op kleinere winkels dicht bij de klant. Opvallend punt in deze nieuwe strategie is de integratie van de webshop. Artikelen, die niet meer in het schap liggen, kan de klant gaan bestellen via de webshop en kunnen een dag later alsnog in het filiaal opgehaald worden.

Dit laatste is een heel opvallende keuze van de Hema; het betekent dat deze winkel de tegenstelling tussen online en offline aan het doorbreken is en de integratie tussen beide kanalen aan het zoeken is. Als dit daadwerkelijk de opmaat naar een nieuwe trend is, kan dit nogal wat gevolgen hebben voor, met name, webwinkels.

Webwinkels hebben nu het voordeel van een veel lagere kostenstructuur waardoor ze veel goedkoper aan kunnen bieden. Het nadeel is dat de klant niet altijd automatisch kan zien of het om een betrouwbare partij gaat en dat de bezorging extra kosten met zich mee brengt. Die twee nadelen kunnen doorbroken worden wanneer webwinkels en gewone winkelketens steeds verder gaan integreren.

Ik zie deze toekomst al helemaal voor mij! Stel je voor; je koopt een boek bij Bol.com en kan het de volgende dag afhalen en betalen bij Kruidvat. Ben je niet tevreden, dan kun het ook terug brengen bij dezelfde winkel. De winkelketen als frond-end organisatie van de webwinkel.

De voordelen van de webwinkel ligt niet alleen in de lagere prijzen. Vaak hebben webwinkels de mogelijkheid om een veel ruimer assortiment op te nemen, ze hebben de mogelijkheid om veel meer (interactieve) informatie te verstrekken aan de klant, ze kunnen in niches treden en op die manier het steeds eentoniger winkelbeeld in steden doorbreken. En de combinatie combinatie online en offline kan een oplossing betekenen voor logistieke en vertrouwensproblemen die de webwinkels hebben.

Nieuw is dit niet; vroeger konden we de retouren van Wehkamp ook al naar de Palthe-stomerij brengen. Toch heeft deze herontdekking volgens mij wel de toekomst en kon deze trend wel eens een volgende stap zijn in het volwassen worden van het webwinkelen.